Stop met het boren van tienduizenden diepe gaten voor bodemenergie | Groen-groendilemma #1

opinie Energietransitie Vernieuwing realiseren

Khymo Moestadja (zij/haar)

Transitiemaker

Niels Rood (hij/ hem)

Transitiemaker

Water sample and purity analysis test, liquid in laboratory glassware

Niet zelden botst de ene groene ambitie met een andere groene ambitie. Wat krijg je dan? Juist. Dilemma’s. Dit keer: hoe het winnen van warmte uit de bodem de kwaliteit van ons drinkwater bedreigt. Verbied diepe boringen voor individuele woningen, vinden Squarewisers Khymo Moestadja en Niels Rood. Er zijn namelijk alternatieven.

Het gebruik van bodemenergie als verwarmingsbron is populair. Warmte uit de bodem halen en gebruiken voor het verwarmen van huizen en het maken van elektriciteit: het is een aantrekkelijk idee, zeker nu we nog maar weinig tijd hebben om klimaatverandering tegen te gaan.

In het Nationaal Plan Energiesysteem zet het kabinet in op een vervijfvoudiging van het gebruik van hernieuwbare warmtebronnen in 2050. Dat is maar goed ook, want uiteindelijk moet de warmtevoorziening uit duurzame bronnen 150 petajoule (PJ) bedragen.

In de afgelopen jaren zijn veel nieuwbouwwijken aangelegd waarin de woningen allemaal een eigen bodembron voor een warmtepomp kregen. 55.000 gebouwen hebben inmiddels zo’n individueel bodemenergiesysteem. Met leidingen die, afhankelijk van het soort systeem, 20 tot 300 meter diepte de grond ingaan.

De installatie in huis is stil, klein en niet te duur. Het klinkt als een duurzaam en betaalbaar alternatief voor fossiele brandstoffen. Maar er is een maar.

Kwaliteit van ons grondwater in gevaar

De boringen die nodig zijn om een bodemenergiesysteem aan te leggen, bedreigen de kwaliteit van het grondwater. En daarmee ook ons drinkwater: 60 procent van het Nederlandse drinkwater wordt gewonnen uit grondlagen tussen 20 en 300 meter diepte – precies dezelfde diepte als waar deze bodemenergiesystemen zich bevinden.

Bij de aanleg worden bodemlagen doorboord. Worden die niet goed afgesloten, dan bestaat de kans dat verontreinigingen zich tussen de verschillende lagen verplaatsen. Denk aan zware metalen, polymeren uit voormalige vuilstort, medicijnresten, PFAS, bestrijdingsmiddelen. Dat kan allemaal ook in onze drinkwatervoorraden terechtkomen; water verplaatst zich nou eenmaal makkelijk, ook onder de grond.

De leidingen zelf kunnen ook een bron van vervuiling zijn. Treden er onbedoelde lekkages op, dan komt er vloeistof met antivries in de omringende bodem terecht. Met alle gevolgen van dien voor het bodemleven en ecosysteem.

Schoon drinkwater vinden wordt steeds lastiger

Er is nog een risico. We zijn het niet gewend, maar de zoektocht naar schoon drinkwater uit de bodem wordt steeds lastiger. Sommige watervoorraden zijn nu al te zeer vervuild. En in andere gebieden kan geen ruimte gevonden worden voor toekomstgerichte voorraden. Terwijl die hard nodig zijn, want de vraag naar drinkwater blijft stijgen.

Nu voldoende aanvoer van schoon water in rivieren ook al geen zekerheid meer is (er wordt bij lage waterstanden evenveel vuil water geloosd als normaal, waardoor de concentratie van de vervuiling toeneemt) zijn we in groeiende mate afhankelijk van de bodem.

We kunnen het ons niet veroorloven dat allerlei stoffen uit industriële activiteiten, landbouw, zwerfafval en uitspoeling de bronnen van schoon en veilig water vervuilen. De waterkwaliteit staat onder druk; geen enkel waterlichaam voldoet aan de regels uit de Kaderrichtlijn Water, met de deadline in 2027 in zicht. Het winnen van bodemenergie introduceert een nieuwe bedreiging voor de waterkwaliteit. Elk boorgat kan oppervlakkige vervuiling naar diepere lagen brengen.

Er is een alternatief

Het lijkt een catch-22: je wilt de warmtevoorziening verduurzamen, maar tegelijkertijd ook stoppen met het boren van tienduizenden gaten in de bodem. De torenhoge ambitie van het kabinet lijkt op gespannen voet te staan met de bescherming van ons water onder de grond. Want hoe haal je anders 150 PJ uit duurzame bronnen?

Gelukkig er is een alternatief: zeer ondiepe bodemenergiesystemen. Leg je leidingen aan op anderhalve meter diepte, dan kan het water op een temperatuur van tien graden worden gebracht. Ruim voldoende als bron voor een warmtepomp, die daarvan de gewenste temperatuur in huis kan maken. Een collectieve warmtepomp in de openbare ruimte kan dat ook – daarna wordt de gewenste temperatuur in de huizen gebracht.

Benut bodem én dak

Er is één probleem waardoor dit alternatief vaak overgeslagen wordt. Voor zo’n ondiep bodemenergiesysteem heb je veel horizontale ruimte nodig onder de grond, en die ruimte is er in een compact gebouwde woonwijk vaak niet. Maar ook daar is een oplossing voor: het oppervlak van daken benutten. In het Ramplaankwartier in Haarlem gebeurt dit al. Daar kunnen bewoners intekenen op een collectieve oplossing, die collectoren (gecombineerd met pv-panelen) op het dak koppelt aan een ondiep leidingnetwerk onder de grond. Het systeem kan met horizontaal boren worden aangelegd. Daardoor blijven de kosten laag en is de overlast voor de buurt minimaal.

Berekeningen van startup De Warmtemaatschappij, die dit concept onder meer in Hilversum uittesten, laten zien dat de totale maandlasten voor verwarming en stroomverbruik in een matig geïsoleerde rijwoning rond de € 150 zijn. Daar zal de gemiddelde bewoner in een wijk uit de jaren zeventig blij mee zijn. Bovendien kunnen die maandelijkse lasten dalen als de investering eenmaal is afbetaald.

Waarom diepere boringen niet gewoon verbieden?

Met deze oplossingen is het aanleggen van individuele, diepere bodembronnen een achterhaalde techniek geworden. Waarom zouden we niet gewoon diepe boringen voor individuele woningen verbieden? De provincie Noord-Brabant doet dit al: die verbiedt boringen van meer dan tachtig meter categorisch. Ook in verschillende plaatsen in onder meer de provincie Utrecht en Zuid-Holland mag je niet boren voor warmte. Bestaande drinkwatergebieden zijn nu al beschermd, maar in de nabije toekomst zijn nieuwe drinkwaterwingebieden nodig. Er is veel voor te zeggen om ook in de overige gebieden een verbod in te voeren en de grens op bijvoorbeeld twintig meter te leggen.

Overigens: grootschalige collectieve geothermie – met één bron, die kilometers diep gaat – hoeft niet onder zo’n verbod te vallen. Daar gaat een vergunningtraject aan vooraf die een zorgvuldige weging van risico’s voor het milieu omvat. Er zijn ook plekken in Nederland waar het oppompen van grondwater voor drinkwatervoorziening geen optie is en het ondergronds verspreiden van vervuiling geen reëel risico vormt.

Kiezen in een groen dilemma is soms duivels. Maar in dit geval geldt: als innovatie een uitweg biedt, dan kan de overheid met een duidelijk signaal nieuwe ontwikkelingen een zetje in de rug geven. Verbieden dus, die diepere boringen voor individuele bodembronnen.

 

Over deze serie | Groen-groendilemma’s

Wat als de oplossing voor het ene milieuprobleem een nieuw milieuprobleem veroorzaakt? Zo leidt de massale toepassing van zonnepanelen tot een afvalberg waar we nog niet goed raad mee weten. En is elke hoge windmolen een gevaar voor vleermuizen en vogels. Duivels zijn ze, deze ‘groen-groendilemma’s’. We komen ze zo vaak tegen in ons werk, dat we besloten er een serie over te schrijven.