Auteur: Marlies

Woningcorporaties

Over het belang van een aantrekkelijk, inspirerend en dynamisch toekomstbeeld in de verduurzaming van de sociale woonvoorraad.

Woningcorporaties moeten op zoek gaan naar een inspirerend, uitdagend en dynamisch beeld van de toekomst, waarbij afstand genomen wordt van de dagelijkse hectiek en gegroeide conventies. Dat gaat een stap verder dan het doortrekken van de bestaande grafieken.  Terug-redeneren vanuit een wenselijk toekomstbeeld, de droom, biedt vaak een beter handvat voor beslissingen. Alleen zo kan de sociale woningvoorraad verduurzamen.

Toen Martin Luther King, Jr. zei: “I have a dream”, besefte hij dat er nog een lange weg te gaan was. Toch verhinderde hem dat niet zijn gehoor te inspireren met een motiverend en activerend droombeeld over hoe het anders kan. Dit had veel meer impact dan wanneer hij een realistisch beeld had geschetst van wat op dat moment mogelijk was (“We are living a nightmare”).

Het dilemma voor de woco

Voor de huisvesting van lagere inkomens hebben we in Nederland een uitgekristalliseerd systeem opgezet. Woningcorporaties verhuren in Nederland 2,2 miljoen woningen. Ongeveer een op de vier Nederlanders woont in een sociale huurwoning. De huur hiervan is vaak lager dan de marktprijs. Toch gaan corporaties zelden failliet; ze betalen een lage rente en verwerven grond voor minder geld dan marktpartijen. De meeste corporaties zijn financieel gezond, maar ook zij kunnen het geld dat binnenkomt maar één keer besteden.

In de afspraken die woningcorporaties tegenwoordig maken met plaatselijke overheden wordt aan drie knoppen gedraaid: betaalbaarheid (passend aanbod voor alle doelgroepen, ook bijvoorbeeld huishoudens met één inkomen), beschikbaarheid (voldoende aanbod, bijvoorbeeld door nieuwbouw) en duurzaamheid. Bij Squarewise zien we mooie voorbeelden van hoe de woningcorporaties aan de slag gaan met het verduurzamen van hun bezit. Ook hebben we aan de wieg gestaan van de samenwerking binnen het Regioplatform Woningcorporaties Utrecht (RWU).

Toch zien we ook dat nog lang niet alle corporaties meebewegen met de duurzame ambities van de overheid. Daar is iets voor te zeggen: corporaties zijn er in essentie om voor genoeg sociale huurwoningen te zorgen. Als er geld wordt geïnvesteerd in zonnepanelen, kun je er geen nieuwbouw mee bekostigen. Maar hoe realistisch is het om door te gaan met het huidige beleid en te blijven richten op lage huur en voldoende nieuwbouw? Als je zo doorgaat ben je over 30 jaar geen zelfredzame organisatie meer of is je maatschappelijke functie vervuld door een ander. Het ‘realisme’ van woningcorporaties resulteert nu nog vaak in het feit dat de huidige belemmeringen gebruikt worden als excuus om niets te doen. Verduurzaming mag immers niet op kosten van de huurder gebeuren (Woonbond en Aedes: Verduurzaming corporatiewoningen niet op kosten huurders).

Wat is realistisch?

De woonlasten van mensen met lage inkomens bestaan uit meer dan huur; ze betalen ook voor energie. In oudere en vaak minder geïsoleerde woningen liggen de energielasten vaak hoger. Met de aankomende gasprijsstijgingen valt te verwachten dat de woonlasten meer zullen toenemen. Met andere woorden: als je dat zo laat doorgaan, werk je niet werkelijk aan betaalbaarheid, maar doe je dat alleen op papier. Geschat wordt dat de druk op beschikbare huurwoningen steeds verder zal toenemen (zie ‘Sectorbeeld woningcorporaties 2018‘). Tegelijkertijd zullen in steeds sneller tempo, steeds meer huizen aangepast worden voor de energietransitie. Als corporatie is het dan niet realistisch meer om het eigen bezit te laten zoals het is. Dat doet iets met de taxatiewaarde en dat heeft weer gevolgen voor de leencapaciteit. Kortom: doen alsof klimaatverandering ‘het probleem van de ander is’ is pas echt onverantwoordelijk.

Woningcorporaties

Woningcorporaties: ga toch dromen!

Dromen loont. Onderzoek van Collins en Porras (1994) toont aan dat succesvolle bedrijven en organisaties een onveranderlijke kern hebben, met waarden en doelen; met daarnaast flexibele strategieën en aanpakken om daar te komen. De onveranderlijke kern bij woningcorporaties zou dan het realiseren van sociale huurwoningen voor de lagere inkomens zijn. Daarnaast kunnen ze wel veranderlijk zijn in de manier van het vervullen van die kerntaak. Als je dus gedreven bent door de ambitie lagere inkomens een betaalbaar huis te bieden, dan kan dit ook betekenen dat je je huurders een lagere – of zelfs helemaal geen – rekening van het energiebedrijf gunt.

De tijd is daar om als woningcorporatie hier nu al over na te denken en op te anticiperen. Neem dan met name bij de business case voor verduurzaming ook de toenemende kosten voor het niets-doen mee. Door bijvoorbeeld te werken met een TCO berekening, total-cost-of-ownership, krijg je inzicht in de totale kosten, gedurende de gehele exploitatieperiode (dus alle investeringskosten én exploitatiekosten). De meeste mensen overschatten wat ze binnen een jaar voor elkaar kunnen krijgen, maar onderschatten wat er in tien jaar mogelijk is. Het hoeft niet alleen; als iedereen samenwerking zoekt, wordt het gemakkelijker en kunnen we het sneller. Een fossielvrije woningvoorraad kan best; we hoeven de droom alleen maar te delen en van daaruit aan de slag te gaan.

Dit stuk is geschreven door Nadine Troost. 

De komende tien jaar gaat woningcorporatie Woonplus circa 2000 woningen in de wijk Groenoord aardgasvrij maken door ze aan te sluiten op een warmtenet. Maar de wijk is groter, en de opgave ook. Nog eens circa 2000 woningen van particuliere eigenaren en VvE’s moeten ook voorbereid worden op de komst van een warmtenet. Daarnaast zien wij mogelijkheden om met dit project bij te dragen aan het verbeteren van het leven van de wijkbewoners. Woonplus zoekt een partner die deze opgave aan wil pakken. We zoeken een partij, of samenwerkende partijen, die een kans ziet om een dienst te ontwikkelen waar vele wijken in de toekomst gebruik van gaan maken. Woonplus biedt een stabiele stroom van werkzaamheden aan haar complexen, tegen een vooraf vastgestelde prijs. De winnaar wordt geselecteerd op vijf kwalitatieve criteria.

Wie beantwoordt onze vraag?

Zie onderaan deze pagina de uitvraagdocumentatie.

Aanbesteding Groenoord Schiedam

Opdracht

De opdracht bestaat uit vijf onderdelen:

1) Het ontwerp en de uitvoering verzorgen van de voorbereidingen van de sociale huurwoningen (100% in Woonplus bezit) op aansluiting op het warmtenet;

2) De communicatie doen met de huurders (om draagvlak onder de huurders te krijgen en te houden);

3) Inspanning leveren om ook particuliere eigenaren en VvE’s (waarin Woonplus ook appartementen bezit) in Groenoord te verleiden tot voorbereiding van hun woningen op aansluiting op het warmtenet;

4) In de uitvoeringsfase de coördinatie met huurders en bewoners opnemen;

5) Waar mogelijk bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken in de wijk.

Criteria

De opdracht wordt gegund op beste prijs-kwaliteit verhouding. De prijs is bepaald per archetype woning. De gunning wordt voorlopig gezien aan de hand van vijf gunningscriteria:

– Kwaliteit van uitvoering;

– Ontzorging Woonplus;

– Impact van dienstverlening aan particuliere eigenaren;

– Continuïteit;

– Vertrouwen in goed partnerschap.

Procedure

Onderstaand vindt u de uitvraagdocumentatie. De uitvraag start met een selectiefase waarin de drie beste partijen geselecteerd worden om in de dialoogfase samen de opgave te verdiepen en de gunningsfase voor te bereiden. Communicatie over de uitvraag gaat alleen via woonplus@squarewise.com. Rechtstreeks contact met een van de (project)medewerkers of andere betrokkenen bij het project Nieuwe Energie voor Groenoord of Woonplus over deze uitvraag is niet toegestaan.

We zien uit naar uw aanmelding!

 

Hierbij de uitvraagdocumentatie:

1. Informatiedocument Nieuwe Energie voor Groenoord

2. Selectieleidraad Nieuwe Energie voor Groenoord

3. CONCEPT Dialoogleidraad Nieuwe Energie voor Groenoord

4. CONCEPT Gunningsleidraad Nieuwe Energie voor Groenoord

5. Nota van inlichten Nieuwe Energie voor Groenoord

Bijlage A – Rapport Aardgasvrije wijken Schiedam 2017

Bijlage B – Overeenkomst plan in bewoonde staat 2018 2022

Bijlage C – Factsheet Groenoord 2019

Bijlage D – Inventarisatie complexen

Bijlage D – Overzicht archetypen

Bijlage D – Overzichtstekening plangebied met concept fasering

Bijlage E – Haalbaarheidsonderzoek archetypes aansluiten op stadsverwarming 2018

Bijlage F – Asbestinventarisatie Vivaldilaan 75 te Schiedam

Bijlage F – Constructieberekeningen gallerijvloeren Vivaldilaan

Bijlage F – Schets principe detail brandwerende doorvoering

Bijlage F – Schetsontwerp leidingtrace modelwoning

Bijlage G – Prestatie- en kwaliteitseisen

 

Woonplus is niet aanbestedingsplichtig op grond van de Aanbestedingswet 2012 (Aw). Woonplus verklaart uitdrukkelijk de Aw en de Gids Proportionaliteit niet van toepassing op deze uitvraag. De algemene beginselen van het aanbestedingsrecht zijn niet van toepassing op de onderhavige uitvraag. De spelregels voor deze uitvraag worden beschreven in de selectie-, dialoog- en gunningsleidraden.

 

Circulaire economie energietransitie

Hallo energietransitie! Ontmoet de circulaire economie

Een echt duurzame gebouwde omgeving – dat kan pas gerealiseerd worden als de energietransitie en de circulaire economie gecombineerd worden. Want in 2050 moet Nederland niet alleen (bijna) energieneutraal zijn en geen fossiele energie meer gebruiken, het moet ook circulair zijn. Squarewise zet zich de afgelopen tijd veel in voor het realiseren van aardgasvrije wijken en is veel bezig met gebiedsontwikkelingen waar het energiesysteem centraal staat. Ik vraag mij daarin steeds vaker af: waarom wordt er binnen die trajecten nauwelijks gesproken over de circulaire economie?

Het raakt elkaar direct (vooral in de bouw)

Wat mij betreft raken de doelstellingen van de energietransitie en de circulaire economie elkaar juist direct in de gebouwde omgeving: bij die wijkaanpakken en gebiedsontwikkelingen. Overal renoveren en isoleren betekent betere woningen en minder energieverbruik, maar óók gebruik van meer materiaal. Al die zonnepanelen, isolatiematerialen en windmolens; daar zit ook een productieketen achter. Toch kom ik bij overleggen, conferenties en workshops over circulaire bouw weinig mensen tegen die veel weten over de energietransitie en ook andersom is er weinig kennis van circulariteit bij energietransitie-experts. Volgens een artikel in CoBouw (november 2018) is er sprake van een ‘strijd’ tussen energie en circulair. Hoe een goede afweging te maken tussen energiebesparende maatregelen en circulaire principes is inderdaad nog helemaal niet duidelijk. Maar in plaats van een strijd zouden deze werelden juist samen moeten komen.

In de bouwsector zijn materiaalgebruik en energieverbruik onlosmakelijk met elkaar verbonden – en daarbij ook verbonden met de resulterende CO2-uitstoot. Veel bouwmaterialen hebben een fossiele oorsprong, worden met hoge temperatuur gemaakt en worden vaak na gebruik maar één keer laagwaardig hergebruikt. Volgens onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving kan er zo’n 30 tot 40 procent van fossiel energiegebruik gereduceerd worden door het nemen van circulaire maatregelen. Door minder grondstofwinning en minder productie van bouwmaterialen kunnen er snel grote slagen gemaakt worden.

Wet- en regelgeving is nog onvoldoende

De verbondenheid tussen circulariteit en energie is helaas nog niet vaak terug te zien in wet- en regelgeving. De wetgeving voor circulariteit komt langzaam op gang. Zo is de milieuprestatie gebouwen, MPG, sinds 2018 een poging om eisen voor circulariteit toe te passen in het ontwerp van nieuwe gebouwen. De MPG stimuleert het gebruik van duurzame materialen, waarin vooral een kleine footprint van materialen goed scoort. Voor energie is er BENG (bijna energieneutrale gebouwen), die vanaf 2020 met nieuwe normen in werking zal treden. Maatregelen om BENG te halen betekenen onder andere meer isolatie en zonnepanelen. Maar hoe de MPG samengaat met BENG is verder onduidelijk.

Hier gaan twee dingen mis. Eén is dat, in tegenstelling tot wat de overheid lijkt te geloven, de markt klaar is voor strengere eisen. Er wordt nu al circulair of energieneutraal gebouwd. Voorbeelden zijn een eerste circulaire weg van Dura Vermeer, een corporatiewoning van Eigen Haard als circulaire mijn en in het najaar van 2018 is het ‘meest duurzame renovatiepand’ van Nederland opgeleverd. Het tweede is dat de verbinding tussen circulariteit en energietransitie niet duidelijk is; niet eens bij de basiseisen als MPG en BENG die voor gebouwen opgesteld zijn.

De circulaire energietransitie begint nu

We kunnen ervoor zorgen dat de energietransitie geen bedreiging, maar een kans wordt voor een circulaire economie. En andersom. Een samenleving waar genoeg duurzame energie wordt opgewekt, maar ook is nagedacht over hoe we omgaan met elkaar, onze producten en materialen hoeft niet ondenkbaar te zijn.

Zoals wel vaker begint dat bij jou. En bij mij. Daarom wil ik jullie, mede-energie- en circulariteitsprofessionals, oproepen om vaker discussies te voeren met collega’s uit de andere wereld. Om kennis te delen over succesvolle projecten en methodes, nadenken over hoe MPG en BENG samen aangescherpt kunnen worden en verder bepalen wanneer de werelden elkaar kunnen versterken. Zo bouwen we effectiever de kennis op die nodig is voor een circulaire energietransitie.

Weet jij voorbeelden waar de koppeling tussen de energietransitie en circulaire economie wordt gemaakt? Waar ging het goed en waar ging het mis? Ik praat hier graag over door! Stuur een mail naar tegnell@squarewise.com.

Dit stuk is geschreven door Saskia Tegnell. 

Participatie van belang? Trek dan de portemonnee voor goede energie-coöperaties!

Vorige week schoof ik uit nieuwsgierigheid aan bij het energieontbijt van Amsterdamse bewoners, begeleid door het platform 02025. 02025 is opgericht door bewoners, bedrijven en onderzoekers om Amsterdam koploper van de energietransitie te maken. Ik was nieuwsgierig of onze hoofdstad een antwoord had gevonden op de vraag die in gemeenteland niet uitgesproken wordt; hoe kan het dat we bij de transitie naar aardgasvrij onze mond vol hebben van ‘participatie’ en ‘de bewoners aan het roer’, maar dat allemaal laten afhangen van vrijwilligers?

In de napraat vertelde Pauline Westendorp van 02025 gelukkig dat de gemeente Amsterdam hen steunt. De ontbijten worden betaald door de gemeente. Maar dit jaar was er een kink in de kabel: “De gemeente heeft ons verzocht om de eerste drie maanden van het jaar dicht te gaan, want er was geen budget”. Pauline keek me met grote ogen aan: “Wat denken ze dat er overblijft van deze opkomst, als we drie maanden niks van ons laten horen?!”

In meerdere wijken waar wij als procesbegeleiders betrokken zijn, hoor ik dezelfde worsteling bij gemeentes; wat doen we met energiecoöperaties? Over het algemeen zijn het vrijwillige organisaties, dus in hoeverre kun je op ze leunen? In geen enkel geval een ‘representatieve afspiegeling van de wijk’, dus zijn zij de juiste afvaardiging? En wat als er geen energie-coöperatie is, moet je als gemeente dan zelf actieve bewoners opporren tot zo’n initiatief? En kun je ze financieel steunen? Wij werken daarbij vanuit het gedachtengoed van LEV en kijken als volgt tegen bewonersinitiatieven aan:

Wie heb je nodig voor een succesvolle energie-coöperatie?

Een goede energie-coöperatie zorgt dat bewoners zich in staat voelen goede beslissingen te nemen. Buurtgenoten informeren elkaar over mogelijkheden, over wat wel of niet goed bevallen is, en komen soms zelfs tot goedkopere deals door samen te werken. Wat er feitelijk nodig is, zijn twee rollen. Allereerst iemand die vertrouwd wordt en de weg kent in de wijk; de lokale held. Iemand die als ambassadeur van binnenuit de wijk opereert. Denk maar aan degene die de buurt-barbecue organiseert. De motivatie van de lokale held is vaak dat hij zijn buurt leuker wil maken, zijn buren blijer wil zien of gewoon een praatje wil maken. Benut dat talent, maar voorkom dat deze held ook uren achter zijn computer met Indesign moet werken.

Daarom is een tweede rol ook nodig; iemand met kennis van het vakgebied, een aanpakkersmentaliteit en ervaring met buurtcampagnes. Iemand die in de buurt aangewakkerde interesse omzet in een gezamenlijke inkoopactie voor dakisolatie. Kortom; iemand die betaald wordt om dit werk goed te doen.

De combinatie van de lokale held met een praktische professional biedt veel voordelen. De professional kan in meerdere gemeenten actief zijn, inspiratie over en weer uitwisselen en is aan te spreken op zijn of haar inspanningen, terwijl de lokale held zorgt dat het lokaal goed landt.

En wie gaat dat betalen?

Buurtinitiatieven zijn geen commerciële organisaties. Ze hebben over het algemeen geen startkapitaal, geen verdienmodel en geen tijd om een van die beide op te bouwen. Velen opereren vanuit liefde voor de buurt en een intrinsieke motivatie, dus inspanningen zijn beperkt tot de vrije tijd van de initiatiefnemers. Zonder financiële middelen is het zinloos professionele ondersteuning te overwegen. Kan iemand anders die rekening oppakken? Iemand die het publieke belang van de wijk of buurt hoog heeft zitten…?

De gemeente is een logische partij om bij uit te komen, maar vaak wordt de lokale ambtenaar overvraagd. Kan ik ‘ja’ zeggen tegen de eerste organisatie die me benadert, of moet ik op basis van het gelijkheidsbeginsel dan alle initiatieven steunen? Is het staatssteun als ik een professional in een buurtcoöperatie steun? En in welke vorm kan ik steun verlenen?

Kan de gemeente de rekening oppakken?

Ja, dat kan. Er zijn grofweg twee mogelijkheden. De professional kan op basis van een opdracht werken. Van belang is dan wel om met de coöperatie af te spreken dat deze volledige beleidsvrijheid heeft. Het contract moet op basis van inspanning zijn, niet op basis van resultaat. Een andere mogelijkheid, waarbij geen zweem van beïnvloeding geldt, is een subsidie. Veelgehoord bezwaar is dat het een precedent schept; kun je een tweede subsidieverzoek weigeren? Vermoedelijk niet, maar hoe groot is de kans dat meerdere organisatoren met een groen hart zich melden met de wens om zich in te spannen? En als dat gebeurt; hoe kwalijk is dat? Met een looptijd van 2 tot 3 jaar en tussentijdse evaluatie is het financiële nadeel zeer overzichtelijk.

De keuze van Amsterdam

En hoe nu verder met Pauline? Amsterdam heeft een ambitieuze doelstelling op aardgasvrij en begrijpt blijkbaar dat 02025 belangrijk werk doet. Tenminste, voor de helft, want Pauline mag door met haar werk, maar op halve kracht. 50% van het budget is toegekend, met het verzoek om het ontbijt vanaf nu slechts één keer per maand te organiseren. Laten we hopen dat dat voldoende is om een half miljoen woningen voor 2040 van het aardgas af te helpen…

Code Sociale Ondernemingen


Code Sociale Ondernemingen

Een sociale onderneming laat impact boven winst gaan. Natuurlijk geldt dat voor Squarewise: je kunt geen transities versnellen als je de hele dag je geld zit te tellen. Social Enterprise NL moedigt bedrijven niet alleen aan de principes van sociaal ondernemen te onderschrijven, maar daagt ook uit dat te laten toetsen door een Review Board. Die toetsing heeft Squarewise vrijdag 5 juli aangevraagd. Na goedkeuring wordt een sociale onderneming ingeschreven in het Register Code Sociale Ondernemingen.

De vijf principes waarop we worden beoordeeld zijn:

Principe 1: Missie geborgd
Principe 2: Stakeholders
Principe 3: Financiën
Principe 4: Implementatie
Principe 5: Transparantie

Aanscherping missie & visie

De afgelopen maanden zijn we bezig geweest met het in orde maken van de documenten om de aanvraag te kunnen doen. In dat kader is het hele bedrijf, óok in samenwerking met externe stakeholders, aan de slag gegaan met het aanscherpen van de missie en de visie. Het was verrassend dat de discussies altijd weer nieuwe perspectieven opleverden; het grote doel en de strategie om daar te komen zit wel in het DNA van ons bedrijf, maar het precies formuleren ervan ging toch niet zonder slag of stoot. Ook werd duidelijk waar nog vooruitgang geboekt moet worden, bijvoorbeeld door er meer over te communiceren naar buiten toe.

Theory of Change

Sociale ondernemingen werken aan de hand van de Theory of Change (ToC). De ToC is een model dat de verandering beschrijft die het bedrijf nastreeft, en hoe deze verandering wordt gerealiseerd. Dit model bevat dus de oorzakelijke verbanden tussen activiteiten, outputs en effecten. Een sociale onderneming kiest geld niet als maatstaf om succes in uit te drukken, en zal dus aandacht moeten besteden aan alternatieve indicatoren. Tegelijkertijd willen we voorkomen dat we teveel gericht raken op indicatoren: het doel moet de baas blijven.

Principe 5: Transparantie

De Code vereist dat de onderneming actief informatiebeleid voert waarbij maximale openheid het uitgangspunt is. Wij omarmen deze transparantie uitgangspunten dan ook volledig. Hieronder daarom een weergave van onze verandertheorie ofwel onze ‘Theory of Change’ en een overzicht van onze stakeholders. Deze documenten zullen wij blijven aanscherpen en aanvullen om zo maximaal te kunnen sturen op impact.

  • Theory of Change
ToC draft Squarewise model DEF (1)
  • Stakeholders
5. Stakeholder map
  • Impactrapportages

Geïnteresseerd in onze rapportages van 2013, 2015 en 2016? Bekijk ze hier:

Vooruitblik 2014

Vooruitblik 2016

Landkaart 2017

Inschrijving Code Sociale Ondernemingen is een eerste stap

Marcel Heskes, directeur van Squarewise: “We zijn de hele dag druk in projecten en meningsvorming en kijken van nature graag naar buiten. Squarewise heet zo vanwege het feit dat je op het plein, in contact met een heleboel anderen, verandering bewerkstelligt. Dit proces (het inschrijven bij de Code Sociale Ondernemingen) dwingt ons ook om goed stil te staan bij de strategie die we kiezen om onze dromen te realiseren. Deze aanvraag is een eerste stap; we zullen er aandacht aan blijven besteden. Want duidelijkheid over doel en middelen geeft ons een stevige basis in elk gesprek dat we voeren.”

Vragen?

Voor meer vragen over ons proces, ervaringen en opgedane kennis, kunt u contact opnemen met Marlies (franssens@squarewise.com of 020 – 447 39 25).

MicroBattle 2019

MicroBattle 2019

MicroBattle 2019

Het is weer tijd om de kleine idealistische daden te vieren! Voor het derde jaar op rij organiseert Squarewise in samenwerking met Nudge de MicroBattle. Doe jij (weer) mee?

De MicroBattle is dé challenge waar we met zoveel mogelijk mensen samen het verschil maken door eenvoudige kleine acties uit te voeren. Je speelt samen met een team van collega’s tegen andere organisaties.

We dagen je uit om samen met jouw organisatie vanaf 18 september mee te doen aan de #MicroBattle 2019. Drie weken lang kan je op acht verschillende duurzame en sociale punten scoren. Je houdt je score zelf bij in een app die wij speciaal hiervoor ontwikkeld hebben. Scoort jouw team de meeste punten? Dan gaan jullie er vandoor met de felbegeerde wisseltrofee!

Organisaties als VandebronMourik, Gispen en Café de Ceuvel gingen je al voor!

Hoe kan je punten scoren?

Door bijvoorbeeld per dag…

…minstens 3 stuks zwerfafval op te rapen
…alleen vegetarisch te eten
…minimaal 2 uur geen internet te gebruiken op je telefoon
…elke dag iemand te helpen

Doe ook mee!

Hoe meer teams er meedoen, hoe groter de impact. Zijn jullie er klaar voor?

Meedoen aan de MicroBattle kost €500,- per team van maximaal 15 personen. Dit is inclusief:

  • Deelname aan de MicroBattle
  • Inspirerende content waarin de impact van kleine acties wordt toegelicht voor alle deelnemers
  • Gebruik van de speciaal ontwikkelde MicroBattle app
  • Exposure voor jouw organisatie via de kanalen van Nudge en Squarewise
  • Een ontzettend tof eindevent waar het het hele team welkom is!

Geïnteresseerd? Laat het ons dan snel weten om je van deelname te verzekeren en sluit je aan bij een netwerk van gemotiveerde mensen! Je kunt contact opnemen met Marlies (franssens@squarewise.com of via 020-447 39 25).

 

Micro Battle in het kort:

MicroBattle 2019

 

 

Metaalpoeder opvolger van aardolie - ijzerpoeder

Metaalpoeder: opvolger van aardolie?

Het zijn overweldigende cijfers: we verbruiken jaarlijks ruim 5 biljoen liter olie per jaar, een 5 met 12 nullen. De opbrengst van hernieuwbare energie neemt snel toe, maar vergeleken met fossiele brandstoffen is het nog maar een fractie. Komen we op tijd van de aardolie af?

IJzerpoeder zou het antwoord wel eens kunnen geven. Steek ijzerpoeder in brand en je haalt hoge temperaturen, zonder CO2 uitstoot. Je houdt roestdeeltjes over. Als je daar met schoon geproduceerde waterstof de zuurstof weer uithaalt, heb je opnieuw ijzerpoeder om te verbranden. Daarmee is ijzer in combinatie met waterstof een energiedrager die voordelen lijkt te hebben ten opzichte van waterstof op zichzelf. Over de vraag of groene waterstof in de gebouwde omgeving in de energievraag kan voorzien, publiceerden Squarewise en de TU Delft onlangs dit rapport. De conclusie: In Nederland ontbreekt de ruimte om voldoende groene waterstof te maken. Elders in de wereld ligt dat anders, maar waterstof is een lastig element om te vervoeren en te bewaren.

Biertjes brouwen op ijzerpoeder

Metaalpoeder heeft dat nadeel niet. De ontwikkeling van metaalpoeder als brandstof staat wel nog in de kinderschoenen. Maar er is voortgang, met een hoofdrol voor een Nederlandse kennisinstelling, meldt het FD in het paasweekend. Wetenschappers van de TU Eindhoven maken nu biertjes met een kleinschalige opstelling op basis van ijzerverbranding. Met een subsidie van de provincie Noord-Brabant wordt de potentie van metaalpoeder gedemonstreerd.

Wat gebeurt er als we de hoeveelheden olie die we nu verbruiken, in een berekening op een sigarenkistje vervangen door ijzer? Kunnen we onze olieverslaving over pakweg tien jaar verruilen voor een metaalverslaving? Laten we de ordes van grootte eens vergelijken.

De energiedichtheid van ijzer is hoger dan die van aardolie. Er is ook genoeg van: ijzer is het meest voorkomende metaal in de aardkorst. En omdat je van de ijzeroxide weer ijzer kunt maken, is er veel minder nodig dan je verbrandt. De schatting is dat de recycling de behoefte tot honderd keer zal kunnen reduceren. Als je de huidige productie van ijzer met 20% verhoogt, heb je al meer energie dan wat we nu oppompen met olie.

Op zoek naar ongebruikt areaal

De productie van voldoende groene waterstof is wel een voorwaarde voor schone recycling. Dat kan omdat ijzer zich gemakkelijk, veilig en goedkoop laat vervoeren. Het maakt niet uit waar je de ijzeroxide weer van zuurstof ontdoet. Australië ligt voor de hand, niet alleen omdat het leeg is en een stabiel regime kent, maar ook omdat ze daar veel ijzer delven. Het kan ook dichterbij: in een land als Spanje ligt zo’n vijftien procent van het land er ongebruikt bij. Stroom genereer je met zonnevelden, of met een beproefde en goedkope techniek als concentrated solar power (spiegels mikken zonlicht op een groot pekelvat, met de hitte wordt elektriciteit opgewekt). Die stroom wordt benut voor waterstofproductie via elektrolyse en de waterstof reageert met de zuurstof in de ijzeroxide.

Is metaalpoeder geen nodeloze tussenstap?

Zo is ijzer een energiedrager, een opslagmedium, waardoor we hoge temperaturen kunnen gebruiken waar en wanneer we dat willen. Dat is waterstof zelf natuurlijk ook al. Ook waterstof kun je verbranden en als je het toch nodig hebt voor de recycling van de ijzeroxide… waarom dan niet meteen inzetten op waterstof?

Dat zal ongetwijfeld ook een deel van de toekomst zijn, want water als grondstof voor waterstof is er genoeg. Maar waterstof is veel lastiger op te slaan en te vervoeren dan metaalpoeder. Zoals we nu een mix van verschillende energiebronnen gebruiken, gaan we naar een toekomst waar koolstofarme bronnen en processen naast elkaar een rol spelen.

De doorbraken waar de TU Eindhoven nu al een aantal jaar aan werkt, maken de ambitie om fossiele brandstoffen te vervangen haalbaarder. Als we met elkaar beseffen dat het goed mogelijk is om fossiele brandstoffen snel uit te bannen, komt er mentale energie vrij om het ook echt te gaan doen.

De prijs is voorlopig nog even spelbreker: ijzer verbranden is nu nog ongeveer dubbel zo duur als olie. Maar dan reken je de gevolgschade van CO2-uitstoot niet mee, en dat zou je wel moeten doen. Door de Europese emissierechten die stijgen in prijs, worden koolstofarme processen zoals deze snel concurrerend.

Dit stuk is geschreven door Niels Rood. 

Klimaatakkoord: tijd voor actie!

Klimaatakkoord is van gisteren, door naar morgen!

Op de laatste werkdag van juni werd het klimaatakkoord gepresenteerd, waarna iedereen zijn mening over het stuk de wereld in slingerde (de VVD noemde het “eerlijk, haalbaar en betaalbaar”, milieugroepen vonden het “een goede start, maar onvoldoende” en Baudet vond het “de langste zelfmoordbrief uit de historie”. Daar vond vervolgens iedereen wat van…). Nu het weekend achter de rug is en het stof van de eerste meningen is neergedaald, is er meer ruimte voor inhoud en reflectie op basis van de ervaringen die ik samen met collega’s van Stroomversnelling in de tafelbijeenkomsten heb opgedaan. Een akkoord als deze is een ondergrens. Onze ambities liggen veel hoger, maar het Klimaatakkoord geeft wel een paar hoopvolle ingrediënten om dat voor elkaar te krijgen…

Zorgen dat er ‘natuurlijk’ meer vraag komt

Hoopvol is bijvoorbeeld de rol van banken. In de tafelbijeenkomsten heb ik meermalen ervaren dat er bij sommige banken veel wil is om zaken echt anders te doen. Om te financieren tegen woonlasten bijvoorbeeld, of om waardedaling van niet-verduurzaamde woningen te erkennen. Deze bankiers ervaren dat hun boodschap niet altijd vertrouwd wordt, hun omgeving gaat er vanuit dat geld verdienen hun enige fixatie is. Toch doen zij nu een overzichtelijke belofte die veel impact kan hebben: ze gaan verduurzaming standaard een onderdeel maken van het hypotheekadvies. Gecombineerd met het feit dat taxaties standaard een beschrijving van energiebesparende maatregelen krijgen, maakt dat vraag naar verduurzamingsmaatregelen op het ‘natuurlijke moment’ van verhuizing zal ontstaan.

Over een ander heet hangijzer in de financiële sector, de gebouwgebonden financiering, is weinig concreet nieuws te melden. Er is veel over te doen, maar er wordt nog weinig gedaan. Je ziet in de praktijk steeds meer initiatieven die het heft in eigen handen nemen. Die druk zal nog hoger opgevoerd moeten worden om snel tot verandering van wetsteksten te komen.

Iedereen een advies over wat te doen

Als je wilt verduurzamen, is de vraag al snel: hoe dan? In de persconferentie werd gezegd dat ‘alle inwoners van Nederland’ een advies over verduurzaming van hun woning krijgen. Laten we hopen dat hiermee niet gedoeld werd op een puur technisch EPA advies! Een lange lijst van technische verbeteringen die je nog aan je huis moet doen, werkt eerder remmend dan stimulerend. Ineens is die schimmel misschien toch niet zo’n groot probleem en kunnen de kinderen ook nog best wat langer op dezelfde kamer blijven slapen. Bij verduurzaming is het niet anders.

Om elke bewoner een passend advies te geven, zijn in het klimaatakkoord ‘de standaard’, ‘de leidraad’ en ‘het platform’ opgenomen. De standaard beschrijft tot welk niveau je je huis moet isoleren om het in de toekomst warm te houden, de leidraad helpt gemeenten te bepalen welke energiedrager in een wijk past en het platform moet de wildgroei aan zeer diverse energielokketten weer overzichtelijk maken. Deze drie zaken kunnen als ze goed worden uitgevoerd tot een overzichtelijk advies voor iedereen leiden. Standaard en leidraad maken het samen simpel: wat komt er voor warmte in jouw wijk + wat voor huis woon je = wat moet je dus doen. Op het platform kunnen bewoners delen wat zij al aan hun woning hebben gedaan en wat nog niet, zodat het tot vraagbundeling kan leiden. Aanbieders kunnen hun prijzen laten dalen, als ze grotere groepen ineens een aanbod kunnen doen. Het enige wat we er dan nog aan toe moeten voegen, is dat die spullen ook leuk zijn om te kopen. Zara Home, IKEA en Coolblue kunnen dat, wie pakt in de Grote Verbouwing deze rol?

Tegen stemmen moet kunnen

Bovenstaande geldt voor kopers, maar huurders dan? Een belangrijk deel van de onderhandelingen gingen over zaken die uiteindelijk niet in de tekst staan. Ontbrekende tekst is soms ook een positief resultaat! Even is er gesproken over het ‘versnellen’ van de transitie in woningcorporatieland door de eis van 70% instemming bij de huurders naar beneden bij te stellen. Gelukkig is hier maar heel kort over gediscussieerd. Iedereen aan tafel was het er snel over eens: bewoners zijn van vitaal belang in het bereiken van snelheid in de transitie. Snelheid bereik je niet door ‘tegenstribbelaars’ monddood te maken, maar juist door moeite te stoppen in het vertellen van het hele verhaal en het aanpassen van je plannen op feedback van mensen.

Een heet hangijzer dat nog wel op tafel ligt, is de marktordening van warmte. Terecht stelt het klimaatakkoord dat voordat gewerkt wordt aan een snelle uitbreiding van warmtenetten het noodzakelijk is dat rollen en bevoegdheden bij aanleg en exploitatie duidelijk moeten zijn. Ook de kosten die bij de consument terecht komen, zijn met de huidige koppeling aan de gasprijs alles behalve woonlastenneutraal. Vanuit het perspectief van ons project in Schiedam, volgen we dit op de voet.

Betaalbaar..?

En is de uitvoering van al die plannen betaalbaar? Over deze vraag moet me wel iets van het hart. Al sinds het concept Klimaatakkoord vernauwde de discussie zich tot de wat naïeve vraag of ‘de rekening’ bij de bedrijven of bij de mensen kwam te liggen. Klimaatbeleid betaal je uiteindelijk hoe dan ook met zijn allen. Of dat via belasting gaat, of via prijzen aan de kassa, doet er niet zoveel toe. Met dit akkoord wordt tenminste voorkomen dat we het nu moeten hebben over wie de rekening van het niets doen betaalt, want die zou nog veel hoger uitvallen.

De fixatie op de kosten is apart. Klimaatbeleid kost geld, maar ambitie en innovatie leveren ook wat op. En de kosten zijn maar een fractie van de economische groei. Met andere woorden, wie zich zorgen maakt over ‘de rekening’ moet zich realiseren dat deze betaald kunnen worden uit de extra’s die we tegemoet kunnen zien. Waarbij je je de vraag kunt stellen of we een wereld willen die gefocust blijft op groei. Dat lijkt me een mooi debat voor het Klimaatakkoord van over vier jaar. Nu ligt dit akkoord er en gaat het erom dat we er werkelijkheid van maken. Iedereen aan de slag!

Dit stuk is geschreven door Leonie van der Steen. 

Tekort aan capaciteit in de bouw Geef de leraar een ov-jaarkaart

Het is maar goed dat we aan de vooravond van de grote verbouwing staan en dat de dageraad nog even op zich laat wachten. Als we letterlijk morgen al onze woningen aardgasvrij zouden willen maken, kunnen we echt niet slapen. Want wie gaat dat doen?

Het gaat om grote aantallen, 200.000 woningen per jaar moeten van het aardgas af. Dit vraagt om meer goed opgeleide mensen. Want ook als de arbeidsproductiviteit omhoog gaat en de renovatieoplossingen met minder mensen gerealiseerd kunnen worden, hebben we tienduizenden geschoolde mensen nodig. Dat komt bovenop de nieuwbouwproductie die nodig is, waar ook al te weinig mensen voor zijn.

De oplossing zou wel eens verborgen kunnen zitten in het probleem. In Schiedam wordt getest hoe de verbouwing van de wijk op een slimme manier gekoppeld kan worden aan andere opgaven in de bouw, zoals opleidingsplekken.

Een voorbeeld: Schiedam, bouwstroom met een voorwaarde en een voordeel

Squarewise is in de wijk Groenoord in Schiedam betrokken bij de warmtetransitie. In deze gemeente zijn plannen om de komende jaren ruim 4700 woningen van het aardgas af te halen. Dat kan door ze aan te sluiten op een warmtenet. In de planning worden circa 500 woningen per jaar aangesloten, grotendeels onderdeel van grote appartementencomplexen. De lokale woningcorporatie heeft 2500 van deze woningen in haar bezit, waarvan slechts 1800 in complexen die zij volledig in eigendom heeft. De rest is gemengd.

Dat leidt tot nog meer nachtelijk gepieker, want hoe krijgen we de particuliere woningbezitters zover dat ze meedoen? De corporatie wil een marktpartij de kans geven de komende tien jaar de technische aanpassingen aan haar woningen te verzorgen, op voorwaarde dat deze marktpartij zich ook inspant goede producten voor een goede prijs aan deze particulieren te leveren. Hoe meer mensen mee gaan, hoe goedkoper de aansluitingen kunnen worden.

Verkoop als voorwaarde, opleiding als kans

Een goed en betaalbaar aanbod is één kant van het verhaal. Groenoord is een wijk met een bevolkingssamenstelling die je in meer buurten ziet waar woningbouwverenigingen veel bezit hebben. Energietransitie en ‘aardgasvrij’ zijn onderwerpen die bij de meeste bewoners van Groenoord niet hoog op het lijstje staan. Dertien procent heeft een WMO-voorziening en acht procent heeft geen baan. Het gemiddeld besteedbaar inkomen ligt aanzienlijk lager ligt dan het gemiddelde in Nederland. De vraag die Squarewise stelde, lag eigenlijk nogal voor de hand. Zijn onder de bewoners niet die mensen te vinden die -na de juiste opleiding-  het nijpende gebrek aan ‘handjes’ kunnen verhelpen?

Opleiding en baangarantie

De bewoners van Groenoord krijgen dan de mogelijkheid om mee te werken aan de transitie van hun wijk en daar een goede baan aan over te houden. Als het de Schiedamse corporatie lukt om een bouwstroom op gang te brengen en de komende tien jaar 500 woningen per jaar worden aangepast, dan is er meer dan genoeg werk voor iedereen.

Hoe dan? De corporatie selecteert een consortium dat zowel een installateur, die het ontwerpende en uitvoerende werk goed kan doen, als een verkooporganisatie bevat. Dat moet een verkooppartij zijn die ziet en begrijpt wat er leeft in de wijk en het aanbod van de installateur daarop kan aanpassen. Het moet ook een partij zijn die zich kan aanpassen aan de lokale omstandigheden, zoals het aanboren van het arbeidspotentieel in de wijk.

De leraar in de trein

Het zou dan helemaal innovatief zijn als die nieuw geworven klimaattechnici-in-opleiding niet naar Den Haag, Dordrecht, of Rotterdam hoeven af te reizen, maar lokaal les kunnen krijgen. Waarom zetten we de docent niet op de trein? Hij of zij kan de vakmensen in opleiding in de praktijk het vak bijbrengen. Op maandag les, en de rest van de week onder leiding van de installateur zelfstandig aan de slag. De docent krijgt een OV-jaarkaart en daar zal hij of zij de rest van de week ook wel raad mee weten.

Dit stuk is geschreven door Leonie van der Steen. 

Traineeship duurzaam adviesbureau Amsterdam

Nu de overheid heeft gesteld dat we in 2030 49% minder CO2 mogen uitstoten, moeten we flink aan de slag om die doelen te realiseren. Gemeenten krijgen een regierol, maar het wordt ook hard nodig om samen te werken. Met provincies, woningcorporaties, netbeheerders en bouwers, om een paar partijen te benoemen. Om hun gezamenlijke doel te behalen hebben deze organisaties behoefte aan een toekomstgerichte mindset en voldoende mankracht. Samen met programmabureau SustainableMotion werken wij vanuit Squarewise aan een oplossing in de vorm van een traineeship of een variant daarop.

Organisaties hebben behoefte aan extra mankracht

Ten eerste vraagt de transitie naar een duurzamere samenleving om kennis van alternatieve (energie)systemen, de vaardigheid om radicale toekomst-scenario’s voor te stellen, expertise in veranderprocessen en ervaring met samenwerking met andere partijen, waaronder bewoners. Maatschappelijke organisaties hebben deze kennis en expertise al deels in huis. Maar vaak niet alles wat nodig is. Daarnaast blijkt cross-sectorale samenwerking cruciaal om stappen te kunnen zetten in de transitie. Dat betekent een nieuwe manier van werken, intensievere kennisuitwisseling en samenwerking, waarin organisaties nog hun weg zoeken.

Zo komt het dat menig overheid, netbeheerder en woningcorporatie steeds meer op zoek gaat naar extra mankracht en ándere mankracht met een andere mindset. Het is alleen lastig om nieuwe, geschikte werknemers te vinden. Helaas blijkt het niet ‘sexy’ genoeg om voor (semi-)overheid te werken. Het resultaat; capaciteitstekort. Organisaties hebben dus behoefte aan een grotere en flexibele workforce met ambitieuze mensen die ingesteld zijn op verandering.

Starters staan te popelen

Tegelijkertijd is er een groeiende groep talentvolle, gedreven afgestudeerden die staat te springen om iets goeds te doen voor de wereld. Ze werken graag aan één van de grootste uitdagingen waar Nederland nu voor staat, zoals de transitie naar klimaatneutraal. Werken doen deze talenten bij voorkeur in een rol waar zij écht verschil kunnen maken. Juist maatschappelijke organisaties bieden daarvoor legio kansen. Niet voor niets is het toverwoord voor jonge werknemers: impact.

1 + 1 = 3!

Wat nou als we ambitieuze talenten koppelen aan maatschappelijke organisaties? Mijn wiskundige hoofd denkt: 1 + 1 = 3. Door starters specifieke projecten te laten uitvoeren, kunnen de piekbehoeften van een organisatie ingevuld worden en kan de starter eens uitproberen hoe het is om bij zo’n organisatie aan de slag te zijn.

Wat als we de talenten ondertussen opleiden tot Transitiemakers: de leiders van de toekomst? Squarewise en SustainableMotion zijn dit samen aan het vormgeven. Door verschillende opdrachten te doen, krijgen de talenten een breed begrip van de verschillende perspectieven binnen de transitie naar een duurzamere samenleving. Zo maken ze een sterke start van hun carrière. Daar heeft de hele maatschappij baat bij.

Onze eigen concurrentie

Je denkt nu misschien: zo creëer je toch je eigen concurrentie? Ja, voor een deel wel. Maar gelukkig is er genoeg te doen en hoe meer transitiemakers er zijn, hoe meer de transitie kunnen versneld kan worden!

Ben jij zo’n organisatie die op zoek is naar extra, impactgerichte en ambitieuze mankracht? Ben jij zo’n impact-gedreven starter die warm wordt van de transitie naar een duurzame samenleving? Mail naar sneller@squarewise.com, dan nemen we contact met je op.

 

Dit stuk is geschreven door Marlien Sneller.

Adres

Pand Noord
Meeuwenlaan 100
1021 JL Amsterdam

Contact

Marlies Franssens
info@squarewise.com
+31 (0) 20 447 39 25

Volg ons