Auteur: Marlies

Circulaire economie energietransitie

Hallo energietransitie! Ontmoet de circulaire economie

Een echt duurzame gebouwde omgeving – dat kan pas gerealiseerd worden als de energietransitie en de circulaire economie gecombineerd worden. Want in 2050 moet Nederland niet alleen (bijna) energieneutraal zijn en geen fossiele energie meer gebruiken, het moet ook circulair zijn. Squarewise zet zich de afgelopen tijd veel in voor het realiseren van aardgasvrije wijken en is veel bezig met gebiedsontwikkelingen waar het energiesysteem centraal staat. Ik vraag mij daarin steeds vaker af: waarom wordt er binnen die trajecten nauwelijks gesproken over de circulaire economie?

Het raakt elkaar direct (vooral in de bouw)

Wat mij betreft raken de doelstellingen van de energietransitie en de circulaire economie elkaar juist direct in de gebouwde omgeving: bij die wijkaanpakken en gebiedsontwikkelingen. Overal renoveren en isoleren betekent betere woningen en minder energieverbruik, maar óók gebruik van meer materiaal. Al die zonnepanelen, isolatiematerialen en windmolens; daar zit ook een productieketen achter. Toch kom ik bij overleggen, conferenties en workshops over circulaire bouw weinig mensen tegen die veel weten over de energietransitie en ook andersom is er weinig kennis van circulariteit bij energietransitie-experts. Volgens een artikel in CoBouw (november 2018) is er sprake van een ‘strijd’ tussen energie en circulair. Hoe een goede afweging te maken tussen energiebesparende maatregelen en circulaire principes is inderdaad nog helemaal niet duidelijk. Maar in plaats van een strijd zouden deze werelden juist samen moeten komen.

In de bouwsector zijn materiaalgebruik en energieverbruik onlosmakelijk met elkaar verbonden – en daarbij ook verbonden met de resulterende CO2-uitstoot. Veel bouwmaterialen hebben een fossiele oorsprong, worden met hoge temperatuur gemaakt en worden vaak na gebruik maar één keer laagwaardig hergebruikt. Volgens onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving kan er zo’n 30 tot 40 procent van fossiel energiegebruik gereduceerd worden door het nemen van circulaire maatregelen. Door minder grondstofwinning en minder productie van bouwmaterialen kunnen er snel grote slagen gemaakt worden.

Wet- en regelgeving is nog onvoldoende

De verbondenheid tussen circulariteit en energie is helaas nog niet vaak terug te zien in wet- en regelgeving. De wetgeving voor circulariteit komt langzaam op gang. Zo is de milieuprestatie gebouwen, MPG, sinds 2018 een poging om eisen voor circulariteit toe te passen in het ontwerp van nieuwe gebouwen. De MPG stimuleert het gebruik van duurzame materialen, waarin vooral een kleine footprint van materialen goed scoort. Voor energie is er BENG (bijna energieneutrale gebouwen), die vanaf 2020 met nieuwe normen in werking zal treden. Maatregelen om BENG te halen betekenen onder andere meer isolatie en zonnepanelen. Maar hoe de MPG samengaat met BENG is verder onduidelijk.

Hier gaan twee dingen mis. Eén is dat, in tegenstelling tot wat de overheid lijkt te geloven, de markt klaar is voor strengere eisen. Er wordt nu al circulair of energieneutraal gebouwd. Voorbeelden zijn een eerste circulaire weg van Dura Vermeer, een corporatiewoning van Eigen Haard als circulaire mijn en in het najaar van 2018 is het ‘meest duurzame renovatiepand’ van Nederland opgeleverd. Het tweede is dat de verbinding tussen circulariteit en energietransitie niet duidelijk is; niet eens bij de basiseisen als MPG en BENG die voor gebouwen opgesteld zijn.

De circulaire energietransitie begint nu

We kunnen ervoor zorgen dat de energietransitie geen bedreiging, maar een kans wordt voor een circulaire economie. En andersom. Een samenleving waar genoeg duurzame energie wordt opgewekt, maar ook is nagedacht over hoe we omgaan met elkaar, onze producten en materialen hoeft niet ondenkbaar te zijn.

Zoals wel vaker begint dat bij jou. En bij mij. Daarom wil ik jullie, mede-energie- en circulariteitsprofessionals, oproepen om vaker discussies te voeren met collega’s uit de andere wereld. Om kennis te delen over succesvolle projecten en methodes, nadenken over hoe MPG en BENG samen aangescherpt kunnen worden en verder bepalen wanneer de werelden elkaar kunnen versterken. Zo bouwen we effectiever de kennis op die nodig is voor een circulaire energietransitie.

Weet jij voorbeelden waar de koppeling tussen de energietransitie en circulaire economie wordt gemaakt? Waar ging het goed en waar ging het mis? Ik praat hier graag over door! Stuur een mail naar tegnell@squarewise.com.

Dit stuk is geschreven door Saskia Tegnell. 

Participatie van belang? Trek dan de portemonnee voor goede energie-coöperaties!

Vorige week schoof ik uit nieuwsgierigheid aan bij het energieontbijt van Amsterdamse bewoners, begeleid door het platform 02025. 02025 is opgericht door bewoners, bedrijven en onderzoekers om Amsterdam koploper van de energietransitie te maken. Ik was nieuwsgierig of onze hoofdstad een antwoord had gevonden op de vraag die in gemeenteland niet uitgesproken wordt; hoe kan het dat we bij de transitie naar aardgasvrij onze mond vol hebben van ‘participatie’ en ‘de bewoners aan het roer’, maar dat allemaal laten afhangen van vrijwilligers?

In de napraat vertelde Pauline Westendorp van 02025 gelukkig dat de gemeente Amsterdam hen steunt. De ontbijten worden betaald door de gemeente. Maar dit jaar was er een kink in de kabel: “De gemeente heeft ons verzocht om de eerste drie maanden van het jaar dicht te gaan, want er was geen budget”. Pauline keek me met grote ogen aan: “Wat denken ze dat er overblijft van deze opkomst, als we drie maanden niks van ons laten horen?!”

In meerdere wijken waar wij als procesbegeleiders betrokken zijn, hoor ik dezelfde worsteling bij gemeentes; wat doen we met energiecoöperaties? Over het algemeen zijn het vrijwillige organisaties, dus in hoeverre kun je op ze leunen? In geen enkel geval een ‘representatieve afspiegeling van de wijk’, dus zijn zij de juiste afvaardiging? En wat als er geen energie-coöperatie is, moet je als gemeente dan zelf actieve bewoners opporren tot zo’n initiatief? En kun je ze financieel steunen? Wij werken daarbij vanuit het gedachtengoed van LEV en kijken als volgt tegen bewonersinitiatieven aan:

Wie heb je nodig voor een succesvolle energie-coöperatie?

Een goede energie-coöperatie zorgt dat bewoners zich in staat voelen goede beslissingen te nemen. Buurtgenoten informeren elkaar over mogelijkheden, over wat wel of niet goed bevallen is, en komen soms zelfs tot goedkopere deals door samen te werken. Wat er feitelijk nodig is, zijn twee rollen. Allereerst iemand die vertrouwd wordt en de weg kent in de wijk; de lokale held. Iemand die als ambassadeur van binnenuit de wijk opereert. Denk maar aan degene die de buurt-barbecue organiseert. De motivatie van de lokale held is vaak dat hij zijn buurt leuker wil maken, zijn buren blijer wil zien of gewoon een praatje wil maken. Benut dat talent, maar voorkom dat deze held ook uren achter zijn computer met Indesign moet werken.

Daarom is een tweede rol ook nodig; iemand met kennis van het vakgebied, een aanpakkersmentaliteit en ervaring met buurtcampagnes. Iemand die in de buurt aangewakkerde interesse omzet in een gezamenlijke inkoopactie voor dakisolatie. Kortom; iemand die betaald wordt om dit werk goed te doen.

De combinatie van de lokale held met een praktische professional biedt veel voordelen. De professional kan in meerdere gemeenten actief zijn, inspiratie over en weer uitwisselen en is aan te spreken op zijn of haar inspanningen, terwijl de lokale held zorgt dat het lokaal goed landt.

En wie gaat dat betalen?

Buurtinitiatieven zijn geen commerciële organisaties. Ze hebben over het algemeen geen startkapitaal, geen verdienmodel en geen tijd om een van die beide op te bouwen. Velen opereren vanuit liefde voor de buurt en een intrinsieke motivatie, dus inspanningen zijn beperkt tot de vrije tijd van de initiatiefnemers. Zonder financiële middelen is het zinloos professionele ondersteuning te overwegen. Kan iemand anders die rekening oppakken? Iemand die het publieke belang van de wijk of buurt hoog heeft zitten…?

De gemeente is een logische partij om bij uit te komen, maar vaak wordt de lokale ambtenaar overvraagd. Kan ik ‘ja’ zeggen tegen de eerste organisatie die me benadert, of moet ik op basis van het gelijkheidsbeginsel dan alle initiatieven steunen? Is het staatssteun als ik een professional in een buurtcoöperatie steun? En in welke vorm kan ik steun verlenen?

Kan de gemeente de rekening oppakken?

Ja, dat kan. Er zijn grofweg twee mogelijkheden. De professional kan op basis van een opdracht werken. Van belang is dan wel om met de coöperatie af te spreken dat deze volledige beleidsvrijheid heeft. Het contract moet op basis van inspanning zijn, niet op basis van resultaat. Een andere mogelijkheid, waarbij geen zweem van beïnvloeding geldt, is een subsidie. Veelgehoord bezwaar is dat het een precedent schept; kun je een tweede subsidieverzoek weigeren? Vermoedelijk niet, maar hoe groot is de kans dat meerdere organisatoren met een groen hart zich melden met de wens om zich in te spannen? En als dat gebeurt; hoe kwalijk is dat? Met een looptijd van 2 tot 3 jaar en tussentijdse evaluatie is het financiële nadeel zeer overzichtelijk.

De keuze van Amsterdam

En hoe nu verder met Pauline? Amsterdam heeft een ambitieuze doelstelling op aardgasvrij en begrijpt blijkbaar dat 02025 belangrijk werk doet. Tenminste, voor de helft, want Pauline mag door met haar werk, maar op halve kracht. 50% van het budget is toegekend, met het verzoek om het ontbijt vanaf nu slechts één keer per maand te organiseren. Laten we hopen dat dat voldoende is om een half miljoen woningen voor 2040 van het aardgas af te helpen…

innovaties voor aardgasvrije gebouwen en wijken TKI

Er zijn 34 aanvragen van consortia goedgekeurd voor innovaties die de verduurzaming van de gebouwde omgeving moet versnellen (Energeia, link alleen toegankelijk voor abonnees).

De regeling is opgezet in samenwerking met de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Binnenlandse Zaken, en wordt beheerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. TKI Urban Energy en RVO voeren de regeling uit. Squarewisers Willem Wiskerke en Niels Rood zijn innovatiecoaches namens TKI Urban Energy, waardoor zij het Squarewise netwerk inbrengen, maar ook betrokken zijn bij cutting edge innovaties die moeten helpen de gebouwde omgeving van het gas af te krijgen. RVO laat Energeia weten dat de pot niet is uitgeput; er was ruim 12 miljoen beschikbaar en daarvan is in totaal €7,8 mln toegezegd. Het gaat om korte termijninnovaties; consortia moeten binnen een jaar na de start een prototype laten zien.

Open data en AI maken maatwerkadviezen op grote schaal mogelijk

De innovaties bestrijken een breed scala aan oplossingen en laten goed zien wat er allemaal nodig is om van het aardgas af te gaan. Twee voorbeelden van goedgekeurde aanvragen zijn die van de start-up Sobolt. De eerste is een tool om op basis van open data te beoordelen waar groene daken mogelijk zijn. Groene daken isoleren en reguleren de afvoer van hemelwater. In de zomer zorgen ze voor een koel binnenklimaat. Ze zijn in combinatie met zonnepanelen toe te passen. De innovatie beoogt de brede toepassing mogelijk te maken door per adres een beslissing gemakkelijk te maken.

De tweede aanvraag van Sobolt maakt gebruik van AI. De informatie uit warmtescans van woningen wordt automatisch omgezet in adviesrapportages ten aanzien van warmte-isolatie en kierdichting. De resultaten van de toepassing van een eerste versie van de tool worden door experts beoordeeld. Op basis van hun ervaringen en adviezen wordt de tool vervolgens verbeterd. Het werken met warmtescans in combinatie met de tool maakt het mogelijk om tegen lagere kosten op grote schaal maatwerkadviezen te leveren.

Nieuwe samenwerkingsvormen zorgen voor kostenreducties

Ook van Klimaatmissie Nederland werd een aanvraag goedgekeurd. In de aanvraag wordt een taaloplossing geboden tegen een lagere prijs dan nu gangbaar is. Het consortium experimenteert in een jaren ’70-wijk met een nieuwe samenwerkingsvorm tussen bedrijven die betrokken zijn bij woningrenovaties. Om de kosten van zo’n renovatie te drukken (en haalbaar te maken binnen het huidige gemiddelde maandbedrag voor energielasten) leveren de bedrijven componenten voor de af-fabrieksprijs, waarna een gezamenlijke pool werknemers de zaken installeert en op elkaar aansluit. Dubbel werk wordt op deze manier vermeden. Als de mee- en tegenvallers bekend zijn wordt de winst gedeeld. Op deze manier worden heel veel dubbele risico-opslagen vermeden.

Innovaties kunnen verder worden ontwikkeld

“Met deze financiële impuls zetten we een flinke stap vooruit naar een aardgasvrije gebouwde omgeving”, zegt TKI-directeur Michiel Kirch. “Dankzij de publiek-private samenwerking kunnen innovaties, die anders mogelijk nog jaren op zich laten wachten, nu worden ontwikkeld. De tenderregeling brengt het vliegwiel op gang dat nodig is voor versnelling van de energietransitie.”

Aardgasvrije wijk

Doe de test: Welke aardgasvrije wijk ben jij?

Nederlandse huizen gaan van het aardgas af en leveren daarmee een belangrijke bijdrage aan het behalen van de doelen van het Klimaatakkoord en het terugdringen van de CO2-uitstoot.

Aan de hand van 43 aanvragen die ingediend zijn voor de regeling proeftuinen aardgasvrije wijken, hebben wij de interactieve tool ‘welke aardgasvrije wijk ben jij’ gemaakt. Hiermee kan je een inzicht krijgen in plannen die nu lopen, vergelijkbare wijken vinden en inspiratie op doen over andere gemeenten die op weg zijn naar aardgasvrije wijken!

Eerder hebben we al een overzicht gepubliceerd van weetjes en feiten over de 43 aanvragen. Hoe ziet de gebouwde omgeving van deze gemeenten eruit? Welke warmtebronnen zijn gekozen, en wat zijn de uitdagingen? Met andere woorden: Wat doen de koplopers om aardgasvrije wijken te realiseren? Voor een overzicht van onze analyse hebben wij een overzicht. Bekijk de snapshot van de uitkomsten hier: Snapshot aardgasvrije wijken!

Metaalpoeder opvolger van aardolie - ijzerpoeder

Metaalpoeder: opvolger van aardolie?

Het zijn overweldigende cijfers: we verbruiken jaarlijks ruim 5 biljoen liter olie per jaar, een 5 met 12 nullen. De opbrengst van hernieuwbare energie neemt snel toe, maar vergeleken met fossiele brandstoffen is het nog maar een fractie. Komen we op tijd van de aardolie af?

IJzerpoeder zou het antwoord wel eens kunnen geven. Steek ijzerpoeder in brand en je haalt hoge temperaturen, zonder CO2 uitstoot. Je houdt roestdeeltjes over. Als je daar met schoon geproduceerde waterstof de zuurstof weer uithaalt, heb je opnieuw ijzerpoeder om te verbranden. Daarmee is ijzer in combinatie met waterstof een energiedrager die voordelen lijkt te hebben ten opzichte van waterstof op zichzelf. Over de vraag of groene waterstof in de gebouwde omgeving in de energievraag kan voorzien, publiceerden Squarewise en de TU Delft onlangs dit rapport. De conclusie: In Nederland ontbreekt de ruimte om voldoende groene waterstof te maken. Elders in de wereld ligt dat anders, maar waterstof is een lastig element om te vervoeren en te bewaren.

Biertjes brouwen op ijzerpoeder

Metaalpoeder heeft dat nadeel niet. De ontwikkeling van metaalpoeder als brandstof staat wel nog in de kinderschoenen. Maar er is voortgang, met een hoofdrol voor een Nederlandse kennisinstelling, meldt het FD in het paasweekend. Wetenschappers van de TU Eindhoven maken nu biertjes met een kleinschalige opstelling op basis van ijzerverbranding. Met een subsidie van de provincie Noord-Brabant wordt de potentie van metaalpoeder gedemonstreerd.

Wat gebeurt er als we de hoeveelheden olie die we nu verbruiken, in een berekening op een sigarenkistje vervangen door ijzer? Kunnen we onze olieverslaving over pakweg tien jaar verruilen voor een metaalverslaving? Laten we de ordes van grootte eens vergelijken.

De energiedichtheid van ijzer is hoger dan die van aardolie. Er is ook genoeg van: ijzer is het meest voorkomende metaal in de aardkorst. En omdat je van de ijzeroxide weer ijzer kunt maken, is er veel minder nodig dan je verbrandt. De schatting is dat de recycling de behoefte tot honderd keer zal kunnen reduceren. Als je de huidige productie van ijzer met 20% verhoogt, heb je al meer energie dan wat we nu oppompen met olie.

Op zoek naar ongebruikt areaal

De productie van voldoende groene waterstof is wel een voorwaarde voor schone recycling. Dat kan omdat ijzer zich gemakkelijk, veilig en goedkoop laat vervoeren. Het maakt niet uit waar je de ijzeroxide weer van zuurstof ontdoet. Australië ligt voor de hand, niet alleen omdat het leeg is en een stabiel regime kent, maar ook omdat ze daar veel ijzer delven. Het kan ook dichterbij: in een land als Spanje ligt zo’n vijftien procent van het land er ongebruikt bij. Stroom genereer je met zonnevelden, of met een beproefde en goedkope techniek als concentrated solar power (spiegels mikken zonlicht op een groot pekelvat, met de hitte wordt elektriciteit opgewekt). Die stroom wordt benut voor waterstofproductie via elektrolyse en de waterstof reageert met de zuurstof in de ijzeroxide.

Is metaalpoeder geen nodeloze tussenstap?

Zo is ijzer een energiedrager, een opslagmedium, waardoor we hoge temperaturen kunnen gebruiken waar en wanneer we dat willen. Dat is waterstof zelf natuurlijk ook al. Ook waterstof kun je verbranden en als je het toch nodig hebt voor de recycling van de ijzeroxide… waarom dan niet meteen inzetten op waterstof?

Dat zal ongetwijfeld ook een deel van de toekomst zijn, want water als grondstof voor waterstof is er genoeg. Maar waterstof is veel lastiger op te slaan en te vervoeren dan metaalpoeder. Zoals we nu een mix van verschillende energiebronnen gebruiken, gaan we naar een toekomst waar koolstofarme bronnen en processen naast elkaar een rol spelen.

De doorbraken waar de TU Eindhoven nu al een aantal jaar aan werkt, maken de ambitie om fossiele brandstoffen te vervangen haalbaarder. Als we met elkaar beseffen dat het goed mogelijk is om fossiele brandstoffen snel uit te bannen, komt er mentale energie vrij om het ook echt te gaan doen.

De prijs is voorlopig nog even spelbreker: ijzer verbranden is nu nog ongeveer dubbel zo duur als olie. Maar dan reken je de gevolgschade van CO2-uitstoot niet mee, en dat zou je wel moeten doen. Door de Europese emissierechten die stijgen in prijs, worden koolstofarme processen zoals deze snel concurrerend.

Dit stuk is geschreven door Niels Rood. 

Draagvlak onder de loep

Het behalen van draagvlak onder de loep

Na het presenteren van het klimaatakkoord eind 2018 lijkt draagvlak het sleutelwoord van de energietransitie. De meeste partijen zijn het eens met de doelstellingen en weten dat de transitie snel moet worden gerealiseerd. Alleen, de mate van succes is verbonden aan de mate van draagvlak onder burgers en bedrijven[1].

Als we deze transitie willen versnellen, moeten we ervoor zorgen dat draagvlak niet alleen verdere optimalisatie van de huidige bewonersstrategie betekent. Maar dat we nieuwe sociale constructies ontwikkelen zodat nog meer waarde wordt geboden aan bewoners. Dat blijkt uit mijn verkennende onderzoek als stagiair bij Squarewise.

Draagvlak vs. energietransitie?

Voor elke verhuurder is een renovatie project tegenwoordig ook een verduurzamingsproject. Hiervoor is draagvlak voor uitvoering nodig. De overkoepelende organisatie van woningbouwcorporaties, Aedes, stelt dat het behalen van draagvlak de snelheid van de energietransitie bemoeilijkt. Omdat draagvlak niet altijd behaald wordt (Trouw). De landelijke vereniging van huurders, de Woonbond, staat hier lijnrecht tegenover en beargumenteert dat in recente projecten bijna altijd draagvlak wordt behaald[2]. De vraag rijst: ‘Wordt draagvlak inderdaad behaald en in hoeverre helpt dit de energietransitie te versnellen?’Draagvlak onder de loep

Zeven opendeuren

In de verkenning heb ik mij gericht op zeven projecten. Bij zes projecten heeft de verhuurder een energiebesparend renovatievoorstel gedaan, bij één project wordt een renovatievoorstel voorbereid. In deze praktijkcasussen blijkt dat verhuurders goed zijn in het behalen van draagvlak. Zij maken gebruik van sommige belangrijke en reeds bekende elementen in het behalen van draagvlak.

Deze noem ik de zeven essentiële opendeuren: (1) Het project sluit aan bij de wensen van bewoners. (2) De verhuurder of aannemer richt zich vooral op het verbeteren van de woonkwaliteit, niet de verduurzaming zelf. (3) De bewoners worden betrokken bij de renovatie. (4) Er wordt een projectgroep benoemd om de bewoners te vertegenwoordigen. (5) Er wordt aandachtig informatie verspreid. (6) En er wordt aandacht besteed aan de details binnen het proces. (7) Soms wordt het resultaat levendig gemaakt door een modelwoning of excursie.

Door draagvlak minder ambitieuze renovatieprojecten

In vijf van de zeven projecten die onderzocht zijn is draagvlak behaald. Bij het zesde project is de eerste draagvlakmeting afgekeurd en wordt een tweede voorbereid. Bij het zevende project wordt een renovatievoorstel voorbereid. Kortom, de verkenning laat zien dat de verhuurders weten wat ze moeten doen om draagvlak te behalen. Bij de projecten was de draagvlakmetingen succesvol omdat er ook aan twee andere belangrijke voorwaarden werd voldaan: de woonlasten bleven gelijk en de oplossing was flexibel genoeg om aan verschillende woonwensen te kunnen voldoen.

Opmerkelijk is dat bij alle projecten deze twee voorwaarden worden genoemd als barrière voor echt vergaande energiebesparende maatregelen. Door deze barrières hebben de verhuurders afgezien van een vergaande energiebesparende renovatie, namelijk naar een label A+ of een NOM woning, of is een renovatievoorstel afgekeurd. Gevolg is dat geen van de onderzochte projecten verder is gekomen dan een label A renovatie.

Innovatieve sociale constructies als oplossing

Dat er financiële en technische drempels zijn in de energietransitie is geen verrassing. Er wordt dan ook actief gestuurd op het oplossen van deze beperkingen, door het Rijk, corporaties en bouwbedrijven. Het is echter nieuw dat deze barrières worden gezien als voorwaarde voor het behalen van draagvlak. Anke van Hal[3] en andere partijen zien dit anders. Zij stellen dat deze barrières geslecht kunnen worden door innovatieve sociale constructies. Bijvoorbeeld door de huurders te betrekken als eigenaar van de oplossing of op voorhand alleen een doel te stellen en bewoners zelf oplossingen aan te laten dragen.

Als draagvlak het sleutelwoord is in de transitie, zouden deze innovatieve sociale constructies mogelijk een oplossing kunnen bieden. Het is door deze verkenning in ieder geval duidelijk dat we met optimalisatie van een goede bewonersstrategie alleen niet ver genoeg komen.

Dit stuk is geschreven door Roben Gort.

[1] van Dijk, B. (2018, 12 29). De groene verbouwing kan slimmer én goedkoper. Het Financieel Dagblad, p. 2.
[2] Woonbond (Kieft, J. I.) (2018). Bewonerscommunicatie bij duurzame woningverbetering. Woonbond, Aeneas, Uitgeverij Voor Vakinformatie.
[3] Hal, A. v. (2017). Aanpak van Complexe wijken. Renda, 30 – 33.

 

Knooppuntenkaart

Start knooppuntenkaart voor ‘wijken met nieuwe energie’

Op 26 november is de ontwikkeltafel ‘wijken met nieuwe energie’ in opdracht van Stroomversnelling van start gegaan. Tijdens twee sessies zijn 12 partijen, waaronder energiecoöperaties, aanbieders, gemeenten, netbeheerders, adviseurs en woningcorporaties, aan de slag gegaan met een knooppuntenkaart voor wijkaanpakken. Deze knooppuntenkaart moet inzicht geven in de belangrijkste keuzemomenten in een wijkaanpak en gaat daarbij in op de consequenties van de keuzes. Het eerste resultaat wordt begin 2019 gepresenteerd en heeft als doel om initiatiefnemers van wijkaanpakken bewust te maken van welke keuzes in een vroeg stadium op wat voor manier effect hebben op een latere uitkomst.

Het eerste resultaat omvat het basismodel dat is doorontwikkeld in de eerste twee sessies van bestaande modellen van Smart Energy Cities, Stroomversnelling en EnergieSamen. In dit model zijn 5 condities voor een goede wijkaanpak omschreven. Dit zijn:

  • Alle bewoners willen over naar aardgasvrij
  • Professionele vastgoedeigenaren willen over naar aardgasvrij
  • Overstap is betaalbaar en financierbaar (maatschappelijk en voor vastgoedeigenaren en bewoners)
  • Continuïteit in levering van goede renovatieconcepten
  • Betrouwbaar en fossielvrij energiesysteem

In 2019 worden de deelresultaten verder uitgewerkt door per ‘conditie’ een taskforce op te richten. Het model wordt op deze manier, in de loop van tijd gevoed en verder aangevuld vanuit de praktijk.

De ontwikkeltafel ‘wijken met nieuwe energie’ is geïnitieerd door Stroomversnelling. Vanuit Squarewise zijn Leonie van der Steen en Lisa van Welie betrokken bij de coördinatie en facilitatie van de ontwikkeltafel.

Traineeship duurzaam adviesbureau Amsterdam

Nu de overheid heeft gesteld dat we in 2030 49% minder CO2 mogen uitstoten, moeten we flink aan de slag om die doelen te realiseren. Gemeenten krijgen een regierol, maar het wordt ook hard nodig om samen te werken. Met provincies, woningcorporaties, netbeheerders en bouwers, om een paar partijen te benoemen. Om hun gezamenlijke doel te behalen hebben deze organisaties behoefte aan een toekomstgerichte mindset en voldoende mankracht. Samen met programmabureau SustainableMotion werken wij vanuit Squarewise aan een oplossing in de vorm van een traineeship of een variant daarop.

Organisaties hebben behoefte aan extra mankracht

Ten eerste vraagt de transitie naar een duurzamere samenleving om kennis van alternatieve (energie)systemen, de vaardigheid om radicale toekomst-scenario’s voor te stellen, expertise in veranderprocessen en ervaring met samenwerking met andere partijen, waaronder bewoners. Maatschappelijke organisaties hebben deze kennis en expertise al deels in huis. Maar vaak niet alles wat nodig is. Daarnaast blijkt cross-sectorale samenwerking cruciaal om stappen te kunnen zetten in de transitie. Dat betekent een nieuwe manier van werken, intensievere kennisuitwisseling en samenwerking, waarin organisaties nog hun weg zoeken.

Zo komt het dat menig overheid, netbeheerder en woningcorporatie steeds meer op zoek gaat naar extra mankracht en ándere mankracht met een andere mindset. Het is alleen lastig om nieuwe, geschikte werknemers te vinden. Helaas blijkt het niet ‘sexy’ genoeg om voor (semi-)overheid te werken. Het resultaat; capaciteitstekort. Organisaties hebben dus behoefte aan een grotere en flexibele workforce met ambitieuze mensen die ingesteld zijn op verandering.

Starters staan te popelen

Tegelijkertijd is er een groeiende groep talentvolle, gedreven afgestudeerden die staat te springen om iets goeds te doen voor de wereld. Ze werken graag aan één van de grootste uitdagingen waar Nederland nu voor staat, zoals de transitie naar klimaatneutraal. Werken doen deze talenten bij voorkeur in een rol waar zij écht verschil kunnen maken. Juist maatschappelijke organisaties bieden daarvoor legio kansen. Niet voor niets is het toverwoord voor jonge werknemers: impact.

1 + 1 = 3!

Wat nou als we ambitieuze talenten koppelen aan maatschappelijke organisaties? Mijn wiskundige hoofd denkt: 1 + 1 = 3. Door starters specifieke projecten te laten uitvoeren, kunnen de piekbehoeften van een organisatie ingevuld worden en kan de starter eens uitproberen hoe het is om bij zo’n organisatie aan de slag te zijn.

Wat als we de talenten ondertussen opleiden tot Transitiemakers: de leiders van de toekomst? Squarewise en SustainableMotion zijn dit samen aan het vormgeven. Door verschillende opdrachten te doen, krijgen de talenten een breed begrip van de verschillende perspectieven binnen de transitie naar een duurzamere samenleving. Zo maken ze een sterke start van hun carrière. Daar heeft de hele maatschappij baat bij.

Onze eigen concurrentie

Je denkt nu misschien: zo creëer je toch je eigen concurrentie? Ja, voor een deel wel. Maar gelukkig is er genoeg te doen en hoe meer transitiemakers er zijn, hoe meer de transitie kunnen versneld kan worden!

Ben jij zo’n organisatie die op zoek is naar extra, impactgerichte en ambitieuze mankracht? Ben jij zo’n impact-gedreven starter die warm wordt van de transitie naar een duurzame samenleving? Mail naar sneller@squarewise.com, dan nemen we contact met je op.

 

Dit stuk is geschreven door Marlien Sneller.

Groene Waterstof in de gebouwde omgeving

Nederlands groene waterstofpotentieel is te klein

Nederland kan in 2050 niet genoeg groene waterstof produceren voor de gebouwde omgeving

Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden; verschillende mogelijkheden treden op de voorgrond wanneer gesproken wordt over stoppen met aardgas in de gebouwde omgeving. Er kan gekozen worden voor een warmtepomp op elektriciteit, waar een verzwaard elektriciteitsnet voor nodig is. Een andere optie is het installeren van een warmtenet, dat teert op restwarmte of geothermie. Tot slot is er nog duurzaam gas; met wat aanpassingen kan het huidige aardgasnet ook biogas of waterstof vervoeren.

Squarewise werkt met gemeenten om wijken van het aardgas af te halen en merkt dat al deze keuzes voor vertraging en soms zelfs stilstand zorgen. Waarom investeren in een warmtenet, als we over een paar jaar met het huidige gasnet op waterstof kunnen overstappen? Om antwoord te kunnen geven op deze vraag heeft Squarewise onderzocht wat de potentiële Nederlandse groene waterstof productiecapaciteit in 2050 is, en of dit voldoende is voor een totale overstap op groene waterstof van de gebouwde omgeving. Wat blijkt? Er is geen realistisch scenario waarin er voldoende groene waterstof in Nederland geproduceerd kan worden. Alleen wanneer alle beschikbare ruimte wordt ingezet voor de productie van hernieuwbare elektriciteit (scenario Maximaal in het onderzoeksrapport) én inzet van waterstof in de gebouwde omgeving voorkeur krijgt boven inzet voor lage temperatuurwarmte in de industrie, land- en tuinbouw, inzet voor non-energetische toepassingen in de chemie en inzet voor commercieel en internationaal transport, is een nationaal waterstofnet mogelijk.

Onderstaand stroomdiagram  geeft een overzicht van het berekende waterstofpotentieel en de verdeling in 2050. Hieruit kan afgeleid worden dat er onvoldoende waterstof in Nederland geproduceerd kan worden om aan de warmtevraag van de gebouwde omgeving te voldoen.

Het potentieel van groene waterstof voor de gebouwde omgeving

In toekomstbeelden van onderzoekers wordt ingezet op een internationale groene waterstofmarkt. Landen met een groter oppervlak en gunstigere positie (de Sahara, Noorwegen aan zee) kunnen in theorie grootschalig hernieuwbare elektriciteit opwekken en waterstof produceren. Toch is het grootschalig importeren van waterstof niet zo voor de hand liggend als het lijkt. De huidige import infrastructuur moet grondig en op grote schaal aangepakt worden wil het waterstof kunnen vervoeren. De investeringen die hiervoor nodig zijn, gecombineerd met de verwachting dat vóór 2050 de internationale waterstofmarkt op gang is gekomen, maken de inzet op een volledig waterstofnet voor de gebouwde omgeving een risicovolle keuze. Vooral omdat bij een dergelijke keuze de ontwikkeling en uitrol van bestaande technologie in de gebouwde omgeving, zoals warmtepompen warmtenetten, ernstig vertraagd kan worden of stil kan komen te liggen. In plaats van inzetten op één oplossing om de volledige Nederlandse energievraag in de gebouwde omgeving te voorzien, is het logischer om voor een lokale aanpak te kiezen waar op wijkniveau naar de beste verduurzamingsstrategie wordt gekeken. Zet eerst de beperkte groene waterstof in daar waar geen alternatieven zijn.

Voor een volledige uitleg van de berekening en de aannames verwijzen we u graag door naar het achtergrondrapport dat te vinden is op onderstaande link:

Het potentieel van groene waterstof voor de gebouwde omgeving

 

Marktverkenning Stichting Woonplus Schiedam

Een wijk van 4.763 woningen van het aardgas halen en verduurzamen is een gigantische klus. De opgave wordt nog uitdagender als de helft van het bezit in handen is van particuliere eigenaren. Het vastgoed van Woonplus in de Schiedamse wijk Groenoord gaat zeker van het aardgas af, waarschijnlijk door aansluiting op een warmtenet. Maar hoe krijg je de rest van de wijk ook mee? Op een druilerige woensdag, vlak voordat de Sint arriveert, verzamelt een delegatie marktpartijen zich in Schiedam. Wat blijkt? De Schiedammers staan er gelukkig niet alleen voor!

70 deelnemers van aannemers, installateurs, communicatiebureaus en koepels gaven openhartig antwoord op de vragen die Woonplus stelde. Dat waren er drie:

– Hoe zetten we onze woningen in als hefboom om particulieren (in VvE’s) te verleiden om over te gaan op verduurzaming van hun woning?

– Op welke manier moet Stichting Woonplus Schiedam deze vraag aan jullie (de markt) stellen om de juiste dienstverlening voor huurders en particulieren te krijgen

– Welke condities kunnen wij scheppen zodat jullie onze opgave goed kunnen en willen beantwoorden?

De deelnemers adviseren Woonplus het communicatie onderdeel van deze opgave te combineren met het uitvoerende deel. Dit kan niet los van elkaar worden gezien. De woningeigenaren, veelal georganiseerd in VvE’s, hebben tijd nodig om goede beslissingen te kunnen nemen. Daarom is het cruciaal ze deze tijd te gunnen en ze goed te informeren over de stappen die ze moeten gaan zetten. Daarnaast is een goed aanbod nodig om ze te verleiden over te gaan op een aankoopbeslissing. In dit aanbod zitten niet alleen de woningaanpassingen, maar ook andere onderwerpen zoals achterstallig onderhoud of comfortverbetering. Het meenemen van dit soort kansen kan de stap lager maken om de woning klaar te maken voor het toekomstige warmtenet.

De marktverkenning leert dat de grootste gemene deler zit in het breder kijken naar een opgave als deze. Kijk niet alleen vanuit je eigen expertise, maar gebruik elkaar om tot een beter aanbod te komen voor de hele wijk. Partijen zijn ook bereid zich voor langere tijd te binden aan te opgave en samen een leertraject in te gaan, want hoe het precies gaat verlopen, weet nog niemand. Er kwamen ook hele concrete adviezen van de marktpartijen over wat op wijkniveau geregeld kan worden, om gezamenlijk kosten te besparen en risico’s voor marktpartijen te verlagen. Conclusie? Er zijn marktpartijen die graag een antwoord geven op de vragen van aardgasvrije wijken. En natuurlijk dat het samen aangaan van de aardgasvrije uitdaging voor iedereen veel voordelen op kan leveren!

Geïnteresseerd naar het uitgebreide verslag? Lees het hier: Marktverkenning Schiedam Woonplus.

  • 1
  • 2
  • 9

Adres

Pand Noord
Meeuwenlaan 100
1021 JL Amsterdam

Contact

Marlies Franssens
info@squarewise.com
+31 (0) 20 447 39 25

Volg ons