EnglishNederlands
Martine Verweij
You are here: Home » The Square

Invoering van een leveranciersverplichting: is dit wel zo logisch?

Door: Martine Verweij | Op: 13-9-2011

In het najaar zal dit kabinet besluiten over invoering van de leveranciersverplichting duurzame energie.   Dat wil zeggen: leveranciers worden verplicht een percentage duurzame energie te leveren. Dit als antwoord op de vraag hoe Nederland op een slimme (lees: zo goedkoop mogelijke) manier duurzame energieproductie kan stimuleren en daarmee kan voldoen aan Europese wet- en regelgeving. Maar waarom kiest Nederland voor een andere weg dan onze Oosterburen en is dat wel zo handig?  Er is ondertussen een Kamer meerderheid te vinden voor deze vorm van beleid (CDA, PvdA, D66, VVD), maar bestaat er niet een veel beter alternatief, als je alle argumenten op een rij zet?

Waarom een leveranciersverplichting?

Uit een recente strategische discussiesessie over Energietransitie bleek nog eens dat de markt snakt naar beleid dat onzekerheid reduceert, waardoor lange termijn investeringen makkelijker realiseerbaar worden. De leveranciersverplichting is dan een van de opties. De reden dat dit kabinet de voorkeur uitspreekt voor een verplichting en niet een belasting of een vergoeding, is niet geheel duidelijk. 

Een van de argumenten die door dit kabinet wordt gebruikt om de leveranciersverplichting te verantwoorden is kostenbesparing. ECN heeft berekend dat het verplichten van Energiebedrijven om een vastgesteld percentage duurzame energie te leveren, € 1,3 mrd euro bespaart in 7 jaar ten opzichte van stimulering van duurzame energie met subsidie.  In dit onderzoek is niet meegenomen wat de volledige maatschappelijke en economische baten zijn van de verplichtingsregel en er is geen vergelijking gemaakt met de baten van andere systemen zoals een terugleververgoeding. Dit lijkt een gemiste kans.

Wat zijn de haken en ogen aan een leveranciersverplichting?

Grote energiespelers met eigen energieproductie, lobbyen stevig voor de leveranciersverplichting omdat het hun wereld voorspelbaarder zal maken. Het vergroten van voorspelbaarheid is een zeer legitieme reden om voorstander te zijn van een verplichtingsregeling. Jammer is echter dat de leveranciersverplichting het effect heeft dat de meest goedkope vormen van duurzame energieopwekking als eerste gerealiseerd worden, waardoor in eerste instantie vooral het bijstoken van biomassa een vlucht zal nemen. Hier is veel kritiek tegen waarbij onder andere wordt gewezen op het risico van ‘windfall profits’. Deze kunnen ontstaan door het feit dat de prijs van groene productie certificaten wordt gebaseerd op de duurste vorm van opwekking. Het bijstoken van biomassa is niet alleen relatief goedkoop – waardoor er veel geld aan de strijkstok blijft hangen – bijstoken wordt momenteel ook nog eens gesubsidieerd. Bijstook is op zich een goede manier om fossiele energie opwekking ‘minder slecht’ te maken, maar je kunt er geen fundamentele stappen mee maken en er zit een plafond aan.

Omdat er zowel in Nederland als internationaal gezien nog maar weinig biomassa beschikbaar is, zal dit wellicht snel een weinig rendabele optie blijken, waardoor andere vormen van duurzame energie opwekking weer de kans krijgen die zij verdienen. In een korte tijd, kan de vlucht die bijstook van biomassa zal nemen, echter indirect (nieuwe) kolencentrales een alibi geven. Zij leveren immers groene stroom op. De beschikbare biomassa zou ook gebruikt kunnen worden voor opwekking van biogassen, waarmee je kolencentrales hun alibi ontneemt en er voor zorgt dat biogasproductie steeds rendabeler wordt doordat hier veel mee wordt geëxperimenteerd.

Levert het echt wel zo’n grote kostenbesparing op?

Een belangrijke vraag is of de leveranciersverplichting uiteindelijk de goedkoopste oplossing is. Hoewel ECN concludeert dat er grote besparingen mee te realiseren zijn, blijkt uit een studie van het Fraunhofer Institut naar het stimuleringsbeleid in de 27 EU-lidstaten dat een verplichtingensysteem[1] in het algemeen duurder is dan feed-in tarieven of een premium systeem. Ook de Europese Commissie concludeert dat een verplichtingensysteem resulteert in een substantieel hoger kostenniveau en winstniveaus voor de producenten dan feed-in tarieven. De hogere kosten hebben te maken met een verhoogde risico-opslag (omdat certificaatprijzen aan verandering onderhevig zijn) en het risico op de eerder beschreven windfall profits. Ook is het niet gegarandeerd dat de gecalculeerde besparingen daadwerkelijk zo hoog uitpakken aangezien er veel problemen te verwachten zijn bij het creëren van een effectieve markt voor duurzame energie. Denk alleen maar aan de beperkingen die wind op land op dit moment ondervindt vanwege publieke opinie en gebrek aan ruimtelijk structuurbeleid waarin windenergie als bestemming is opgenomen.

Zijn er nog vergeten argumenten?

Een argument dat in deze discussie minder vaak gehoord wordt, maar dat eigenlijk centraal zou moeten staan, is het feit dat een leveranciersverplichting zich richt op bestaande en toekomstige energieleveranciers en daarmee decentrale energieopwekking links laat liggen. Decentrale opwekking blijft puur en alleen gestimuleerd door de befaamde subsidieregeling duurzame energie (SDE+) . Een bizarre constatering, als je beseft dat decentrale energieopwekking wijdverbreid wordt gezien als de sleutel tot een toekomstbestendige en duurzame energievoorziening. Een terugleververgoeding sluit hier veel beter bij aan omdat deze op een veel directere manier duurzame decentrale energie initiatieven stimuleert.

Op dit moment is het zo dat als jij of ik een zonnepaneel op ons dak willen installeren en de energie die wij opwekken niet allemaal zelf kunnen gebruiken, we weliswaar onze energierekening zien teruglopen volgens het normale ‘grijze tarief’, maar geen vergoeding ontvangen in de vorm van een opslag op dit tarief. Een leveranciersverplichting zal deze situatie niet veranderen. Je zult nog altijd een subsidie moeten aanvragen als je compensatie wil voor duurdere vormen van opwekking. Doe je dit niet, dan kan je beter wachten totdat duurzame opwekking eindelijk concurreert met fossiele opwekking. In een land als Nederland, met een beduidend minder attractieve schaalgrootte vergeleken met landen als Turkije of Canada, is massale inzet op duurzame decentrale energieopwekking de enige logische weg voorwaarts. Laat je de stimulering hiervan over aan subsidiepotjes die vaak binnen een dag overtekend zijn, dan neem je deze constatering totaal niet serieus.  

Als Nederland de toekomst van haar eigen energievoorziening wel serieus zou nemen en het lef zou hebben een volledige afweging te maken, zou zij heel goed onderzoeken of een terugleververgoeding  - inclusief weer hele andere haken en ogen, maar ook een aantal stevige voordelen- niet veel interessanter is. Invoering van de leveranciersverplichting lijkt om meer dan een reden in ieder geval niet de beste optie.



[1]Van de 27 landen hebben 6 een verplichtingsysteem: Verenigd Koninkrijk, België, Italië, Zweden, Polen, en Roemenië

divider

Leave a comment








divider

Comments